Gisteravond lag ik op bed en hoorde mijn dochter van vijf in haar kamer praten. Ze was in gesprek met haar knuffelbeer. “Je hoeft niet bang te zijn, ik zorg wel voor je,” hoorde ik haar zeggen. Precies dezelfde woorden die ik tegen haar had gezegd toen ze bang was voor de donder vorige week. Ze speelde het gewoon na, maar eigenlijk deed ze veel meer dan dat. Ze was die enge ervaring aan het verwerken en zichzelf gerust aan het stellen via haar beer. Dat zie je constant bij kinderen. Ze gebruiken hun speelgoed als een soort telefoon naar hun gevoelswereld. Lang voordat ze kunnen uitleggen wat er in hun hoofdje omgaat, laten ze het zien via spelen. Die auto die hard valt? Misschien zijn ze zelf gevallen en nog geschrokken. Die pop die niet wil eten? Kunnen ze zich herkennen in hun eigen eetproblemen. Het gekke is dat we als volwassenen vaak zo gefocust zijn op wat kinderen zéggen, dat we vergeten te kijken naar wat ze dóén. Terwijl hun speelgedrag vaak veel eerlijker is dan hun woorden.
Wat kinderen echt proberen te vertellen als ze spelen
Mijn buurjongen van drie is de laatste weken obsessed met zijn brandweerauto. Die auto moet overal mee naartoe en hij speelt er uren mee. Eerst dacht zijn moeder dat hij gewoon van brandweerauto’s hield. Maar toen herinnerde ze zich dat er twee weken geleden brand was geweest bij de buren. Niks ernstigs, gewoon wat rook uit de keuken, maar wel genoeg om de brandweer te laten komen. Via zijn speelgoed probeert hij dat spannende moment te begrijpen. “Ik ga het vuur blussen!” roept hij telkens. Hij maakt zichzelf tot de held van het verhaal in plaats van het bang jongetje dat hij waarschijnlijk was. Dat doen kinderen voortdurend – ze pakken dingen die ze hebben meegemaakt en spelen ze opnieuw, maar dan zoals zij het hadden willen beleven. Controle krijgen over situaties waar ze zich machteloos voelden. Een kind dat steeds doktertje speelt na een ziekenhuisbezoek, doet precies hetzelfde. Van patiënt naar dokter – van machteloos naar machtig. Hun speelgoed helpt ze om moeilijke ervaringen om te toveren tot iets wat ze aankunnen.
Verschillende speelgoed, totaal verschillende verhalen
Wat me altijd opvalt is hoe anders kinderen worden met verschillend speelgoed. Mijn neefje met zijn autootjes is een heel ander persoon dan dezelfde jongen met zijn tekenpapier. Met die auto’s is hij stoer, laat hij ze hard rijden en maken ze veel lawaai. “Kijk mij eens!” lijkt hij te roepen. Maar geef hem potloden en papier en hij wordt stil en geconcentreerd. Dan komen er tekeningen van ons gezin, van zijn hond, van zijn kamer. Veel gevoeliger spul. Zijn zusje is weer helemaal anders. Die wordt het meest zichzelf met haar poppen. Dan gaat ze koken, zorgen, troosten. Ze oefent eigenlijk hoe het is om groot te zijn en voor anderen te zorgen. Maar pak haar bouwblokken af en ze wordt competitief. “Ik kan hoger bouwen dan jij!” Het is alsof elk stuk speelgoed een andere kant van hun persoonlijkheid naar boven haalt. En als ouder mis je de helft van je kind als je alleen naar één soort spel kijkt. Je moet ze zien met hun knuffels, met hun blokken, met hun tekeningen – pas dan krijg je het complete verhaal.
Hoe hun manier van communiceren groeit met hen mee
Het is echt grappig om te zien hoe kinderen hun speeltaal ontwikkelen. Mijn baby van tien maanden gooit nog gewoon alles op de grond en kijkt dan verwachtingsvol naar mij. “Raap je dit op?” vraagt ze eigenlijk. “Ben ik belangrijk genoeg?” Simpel, maar wel communicatie. Mijn peuter van twee is veel directer. Als hij boos is, gooit hij z’n speelgoed. Als hij blij is, danst hij ermee rond. Geen subtiliteit, gewoon pure emotie. Maar mijn dochter van vijf? Die verzint hele verhalen. Haar barbies hebben relatieproblemen, haar autootjes hebben ruzie, haar knuffels worden ziek en beter. Ze speelt eigenlijk haar hele leven na, maar dan in het klein en veilig. Bij de oudere kinderen in de buurt zie je weer andere dingen. Die gaan meer spelen met regels en eerlijkheid. “Dat mag niet!” of “Zo hoort het!” Elke leeftijd heeft z’n eigen manier van praten via speelgoed. En als je daar als ouder op let, kun je je kind veel beter begrijpen en helpen waar nodig.
Kinderen die hun eigen speeltaal hebben ontwikkeld
Mijn vriendin heeft een zoontje met autisme en die heeft echt zijn eigen manier van communiceren via speelgoed. Hij zet al zijn autootjes altijd op kleur in een rij. Voor buitenstaanders lijkt dat misschien saai of obsessief, maar voor hem is het z’n manier om de wereld te ordenen. “Alles heeft een plek,” vertelt hij eigenlijk. “Als ik dit kan controleren, voel ik me veilig.” Zijn moeder heeft geleerd om niet te verstoren als hij bezig is, want dit is zijn manier van praten met zichzelf. Dan heb je kinderen die heel gevoelig zijn en vooral zachte dingen zoeken. Die knuffelen de hele dag met hun beer en fluisteren ertegen. Vaak zijn dit kinderen die veel emoties voelen maar ze moeilijk kunnen benoemen. Hun knuffel wordt hun uitlaatklep. En hyperactieve kinderen? Die hebben speelgoed nodig dat mee kan bewegen. Hun communicatie zit in rennen, springen, gooien. Niet kapot maken, maar energie kwijt. Het punt is dat er geen goed of fout is in hoe kinderen spelen. Wel dat we als volwassenen nieuwsgierig blijven naar wat elk kind ons probeert te vertellen, hoe vreemd het soms ook lijkt.
Zo leer je echt luisteren naar wat ze vertellen
Ik moet toegeven dat ik er jaren over gedaan heb om te snappen hoe je moet “luisteren” naar spelende kinderen. In het begin wilde ik altijd meedoen of dingen beter maken. “Zullen we samen bouwen?” of “Laat mij even helpen.” Maar vaak is het veel beter om gewoon je mond te houden en te kijken. Ga zitten zonder agenda. Pak je telefoon niet. Kijk gewoon wat er gebeurt. Kinderen voelen heel goed aan of je echt aandacht hebt of dat je aan andere dingen denkt. Als je echt aanwezig bent, gaan ze vanzelf vertellen wat er speelt. “Deze pop is verdrietig,” of “Deze auto gaat heel ver weg.” Vraag dan door: “Waarom is ze verdrietig?” of “Waar gaat die auto naartoe?” Maar probeer niet meteen alles op te lossen. Laat ze eerst hun verhaal kwijt. Ik schrijf soms op wat me opvalt. Speelt ze de laatste tijd veel “ziekenhuis”? Maakt hij steeds dezelfde toren? Zo zie je patronen. En deel je observaties met andere volwassenen die veel met je kind omgaan. Opa en oma zien soms andere dingen dan jij. Het gaat niet om perfecte interpretatie, maar om echt interesse tonen in hun innerlijke wereld.
Het beste speelgoed voor echte gesprekken
Eerlijk? Het duurste speelgoed is vaak het slechtste voor communicatie. Die robot die alles voorkauwd en alleen maar trucjes doet? Dat houdt kinderen passief. Ze hoeven niet meer zelf te bedenken wat er gebeurt. Veel beter zijn simpele dingen die alles kunnen zijn. Houten blokken zijn geniaal – ze worden telefoons, auto’s, koekjes, huizen, wat je maar wilt. Gewone poppen zonder al te veel poespas werken ook goed. Dan kan je kind zelf bepalen wie de pop is en wat voor leven ze heeft. Klei, verf, papier – dat soort creatieve spul is perfect voor kinderen die hun gevoelens lastig in woorden krijgen. Ze kunnen tekenen of kneden wat ze voelen. Maar let op: te veel keuze werkt niet. Als er 50 verschillende dingen liggen, raken kinderen overweldigd. Beter een kleinere selectie van kwalitatief spul dat veel mogelijkheden biedt. En koop niet voor elke gelegenheid nieuw speelgoed. Kinderen hebben tijd nodig om echt te leren communiceren via hun speelgoed. Dat kan alleen als ze er lang genoeg mee kunnen experimenteren.
Wilt u beter verstaan wat uw kind u via spelen vertelt? Ga naar een Sazo Kids & Co waar ze begrijpen dat goed speelgoed kinderen helpt om zichzelf uit te drukken. Want de mooiste gesprekken met kinderen hoef je soms helemaal niet te horen – je moet ze zien.